Een embryo dat via ICSI werd geproduceerd, geeft in de overgrote meerderheid van de gevallen één veulen. Toch kan het zich na de transplantatie delen en een monozygote tweeling vormen, dat wil zeggen afkomstig van één embryo en genetisch identiek. Dat is zeldzaam, maar komt vaker voor dan bij een embryo dat door spoeling werd gewonnen, en zo'n tweeling ontsnapt aan de gewone controle op de veertiende dag.
Wat we „embryo” noemen
Hetzelfde woord verwijst naar verschillende, sterk uiteenlopende stadia.
Het embryo dat rond zeven of acht dagen wordt getransplanteerd, is een blastocyst. Het is een klein bolletje met op de wand een dichtere groep cellen, de embryoknop of inwendige celmassa. Alleen uit die knop groeit het veulen; de rest van het bolletje vormt de vliezen.
Na de transplantatie groeit het bolletje in de baarmoeder. Op de echografie zie je een ronde, zwarte vesikel, maar de eerste twee weken zonder iets erin. Het eigenlijke embryo, afkomstig van de embryoknop, verschijnt pas rond de eenentwintigste dag op de echografie, onderaan de vesikel. Het hartje klopt vanaf ongeveer de vijfentwintigste dag.
Waar komen deze tweelingen vandaan
Bij de merrie ontstaan de meeste beschreven monozygote tweelingen uit een embryoknop die zich binnen eenzelfde blastocyst heeft gesplitst. Ze delen dan één vesikel en één chorion, maar elk ontwikkelt zich in een eigen amnion. Zeldzamer splitst het embryo zich vroeger, vóór het blastocyststadium, en vormt het twee afzonderlijke vesikels.
Het mechanisme dat deze splitsing bij in-vitroproductie bevordert, is niet bekend. In de belangrijkste gepubliceerde reeks kwam ze voor bij 1,6 % van de drachten met in vitro geproduceerde embryo's (4 op 254), tegenover geen enkele met in vivo gewonnen embryo's (0 op 413).
Waarom ze bij de eerste controle niet te zien zijn
Gewone tweelingen, uit twee ovulaties, worden tussen de veertiende en de zestiende dag opgespoord: men ziet twee vesikels en kan er één reduceren voordat ze zich vastzetten. Monozygote tweelingen vormen slechts één vesikel. Bij de eerste controle is er geen verschil met een enkelvoudige dracht. Ze zijn pas te herkennen wanneer de embryo's zichtbaar worden, rond de eenentwintigste dag, en hun twee hartjes rond de vijfentwintigste.
Daarom vragen wij om de draagmerrie van een ICSI-embryo rond de vijfentwintigste dag aan te bieden.
Wat als ze er zijn
Omdat ze hetzelfde chorion delen, lenen monozygote tweelingen zich slecht tot de reductietechnieken die bij gewone tweelingen worden gebruikt. Er zijn slechts twee geslaagde reducties gepubliceerd, de ene op 65 dagen, de andere op 128 dagen dracht. In de meeste beschreven gevallen gingen beide foetussen na de poging verloren, en een tweelingdracht die aan haar lot wordt overgelaten, eindigt meestal in een late abortus.
Het team van de Universiteit Gent, dat de grootste reeks gevallen publiceerde, beschouwt het onderbreken van de dracht vóór 35 dagen, met één enkele injectie, vandaag als de meest aangewezen oplossing. In dat stadium komt de draagmerrie binnen enkele dagen weer in oestrus en kan ze een ander embryo ontvangen. Heeft uw merrie nog andere ingevroren embryo's, dan is het seizoen dus niet verloren.
Wij bespreken het met u vóór elke beslissing.
Referenties
- Dijkstra A., Cuervo-Arango J., Stout T.A.E., Claes A. Monozygotic multiple pregnancies after transfer of single in vitro produced equine embryos. Equine Veterinary Journal, 2020, 52, 258-261.
- Peere S., Papas M., Gerits I., Van den Branden E., Smits K., Govaere J. Management of monozygotic twins in the mare. Journal of Equine Veterinary Science, 2022, 113, 103988.
- Peere S., Van den Branden E., Papas M., Gerits I., Smits K., Govaere J. Twin management in the mare: a review. Equine Veterinary Journal, 2024, 56, 650-659.
- Roberts M.A., London K., Campos-Chillón L.F., Altermatt J.L. Presumed monozygotic twins develop following transfer of an in vitro-produced equine embryo. Journal of Equine Science, 2015, 26, 89-94.